||
logo
Passage du Nord, een Brusselse droom uit de Belle Époque

Passage du Nord, een Brusselse droom uit de Belle Époque

Begin jaren 1880 ontstond in Brussel een gedurfd project: de Nieuwstraat verbinden met de gloednieuwe Noordboulevard — de huidige Adolphe Maxlaan — door middel van een overdekte galerij. Het idee ontkiemde op het terrein van het voormalige hotel van de Banque de Belgique, die in 1880 werd ontbonden. De "Société Anonyme du Musée et Passage du Nord" werd snel opgericht, wist de nodige fondsen te werven en verkreeg de vereiste vergunningen.
De werken gingen van start in augustus 1881. In slechts enkele weken tijd rezen de funderingen uit de grond. Na enkele maanden stond de structuur er - te midden van de industriële revolutie.

Paragraphe 1

Al in april 1882 waagden de eerste nieuwsgierigen zich in de doorgang, hoewel deze nog vol stof hing. Op 25 mei 1882, amper een jaar na de start van de bouwwerken, werd de Passage du Nord officieel ingehuldigd.
Een technisch meesterwerk voor die tijd, dat werd geprezen door de pers en gevierd door de 200 arbeiders die het realiseerden: 5.400 m³ metselwerk, 200 ton ijzer, een tomeloze ambitie — en een erfgoed dat vandaag nog springlevend is.

Paragraphe 2

Wat minder bekend is bij het grote publiek, is dat de verdiepingen van de Passage du Nord oorspronkelijk een museum en een theater huisvestten. Zij waren het kloppende hart van het project "Société Anonyme du Musée et Passage du Nord" dat van deze plek een ware trekpleister wilde maken in het centrum van de stad, waar kunst, amusement en handel samensmolten in één architecturaal geheel.

Paragraphe 3


De metalen letters die vandaag de gevel nog sieren, zijn het laatste tastbare overblijfsel van dit museum.
Parallel daaraan volgden drie theaters elkaar in korte tijd op: het Théâtre Bébé, het Théâtre du Nord en ten slotte het Nouveau Théâtre. Dit laatste werd geleid door Jean-Joseph Gaston Mouru de Lacotte, theater- en filmproducent.
In 1897 startte hij aanzienlijke verbouwingen en ontwierp hij een grote rechthoekige zaal en een wandelgang, goed voor 638 zitplaatsen. Helaas verdween het theater, net als het museum, na amper een kleine kwart eeuw en een bewogen geschiedenis.
De handelsgalerij zelf echter, doorstaat de tand des tijds en behoudt haar oorspronkelijke functie: verbinden, verwelkomen, verrassen.

Paragraphe 4

Een architectuur die de 19e eeuw vertelt

Restauraties

Het Kattenhuis

Een familiegeschiedenis

Quotes
JUSQU'AU JOUR OÙ, JEUNE FEMME DE VINGT ANS, JE VISITAI À BRUXELLES LE MUSÉE CASTAN ET SES PERSONNAGES MINUTIEUSEMENT RESSEMBLANT AUX VIVANTS, À JAMAIS DIFFÉRENTS
— Colette

TIJDLIJN

1867
• 1867 – 1871: Overwelving van de Zenne in Brussel

• 1867 – 1871: Overwelving van de Zenne in Brussel

De Zenne, voorheen de centrale rivier van de stad, werd overwelfd om hygiënische en gezondheidsredenen. Het project, geleid door burgemeester Jules Anspach, beoogde Brussel te saneren en het stadscentrum te moderniseren. De rivier werd ondergronds gekanaliseerd en op haar plaats verrezen brede boulevards, zoals de Anspachlaan. Deze transformatie betekende een keerpunt in de Brusselse stedenbouw en wiste bijna elk zichtbaar spoor van de Zenne in het stadscentrum uit.
1868
1868 - Geboorte van het verfraaiingsbeleid van de Stad

1868 - Geboorte van het verfraaiingsbeleid van de Stad

Met de overwelving van de Zenne en de aanleg van de grote lanen in het centrum zette Brussel een uitgebreid sanerings- en verfraaiingsbeleid in. Tussen 1867 en 1871 liet burgemeester Jules Anspach, met de steun van koning Leopold II, duizend ongezonde huizen slopen en moedigde hij, door middel van wedstrijden (1872-1876), de bouw van gebouwen langs de nieuwe assen aan, waarbij hij de creativiteit van architecten de vrije loop liet. Deze werf transformeerde het centrum van Brussel, ontdaan van de Zenne in open lucht, tot een gezonde en moderne ruimte. Deze vernieuwing inspireerde de burgerlijke elite en droeg bij aan het vormen van het beeld van Brussel als grote Europese hoofdstad, die functionaliteit, esthetiek en prestige combineert.
1872
1872-1874 - Bouw van het gebouw van Hotel Métropole door architect Antoine Trappeniers

1872-1874 - Bouw van het gebouw van Hotel Métropole door architect Antoine Trappeniers

Als emblematische buur van de Passage du Nord werd het Hôtel Métropole gebouwd tussen 1872 en 1874. Ontworpen door architect Antoine Trappeniers, vestigde dit monumentale gebouw in eclectische stijl zich snel als symbool van de stedelijke vernieuwing van de hoofdstad. Het weerspiegelde de ambitie om van Brussel een prestigieuze en gastvrije stad te maken voor de elite en reizigers. De bouw ervan illustreert perfect de dynamiek van creatie en innovatie die de stad in die tijd bezielde.
1873
1873–1875 – Bouw van het Kattenhuis

1873–1875 – Bouw van het Kattenhuis

Gelegen op nr. 1 van de Anspachlaan, is het Kattenhuis een emblematisch werk van architect Henri Beyaert, meester van de eclectische architectuur in België. Gebouwd tussen 1874 en 1875, behoort het toe aan de Naamloze Vennootschap van de Passage du Nord en blijft het een architecturaal pareltje dat al sinds zijn ontstaan de aandacht trekt. De woning is ontstaan uit een wedstrijd uitgeschreven door burgemeester Jules Anspach, die tot doel had de bouw langs de nieuwe lanen te versnellen. Het Kattenhuis, toen gedoopt als "Hier is't in den kater en de kat", won de 1e prijs dankzij zijn architecturale schoonheid. Zijn eclectische stijl, geïnspireerd op de neo-Vlaamse renaissance en de huizen van de Grote Markt, verraste en veroorzaakte destijds zelfs controverse. Zijn naam verwijst naar de fries versierd met het opschrift 'Hier is't in den kater en de kat', en twee katachtigen, gebeeldhouwd door Georges Houtstont, vervolledigen de elegantie van de gevel. Beyaert zelf beschouwde dit gebouw als een van zijn mooiste successen.
1881
1881 - Begin van de bouw van de Passage du Nord, geleid door de Naamloze Vennootschap van het Museum en de Passage du Nord

1881 - Begin van de bouw van de Passage du Nord, geleid door de Naamloze Vennootschap van het Museum en de Passage du Nord

In juli 1881 werden de bankgebouwen en hun binnenplaats, gelegen op de plek waar later de Passage du Nord zou komen, gesloopt. Enkele weken later, in augustus, begon men met de fundering, die in september het straatniveau bereikte. Op 4 december berichtte de pers enthousiast: "Er is niemand in Brussel die de snelheid waarmee de overdekte passage is gebouwd niet heeft opgemerkt; het is een ware prestatie van aannemer Mortiaux."
1882
25 mei 1882 - Officiële inhuldiging van het gebouw

25 mei 1882 - Officiële inhuldiging van het gebouw

Vanaf april 1882 waagden de eerste nieuwsgierigen zich al in de Passage du Nord, toen nog onder het stof. Op 25 mei 1882, amper een jaar na het begin van de werf, werd het gebouw officieel ingehuldigd. Een technische prestatie voor die tijd, toegejuicht door de pers en gevierd door de 200 arbeiders die de bouw hadden verzekerd: 5.400 m³ metselwerk, 200 ton ijzer, een buitengewone ambitie... en een erfenis die nog steeds springlevend is. Architect Rieck werd niet alleen gefeliciteerd voor de voorbeeldige snelheid van de werf, maar ook omdat hij het beste had gehaald uit een terrein van 1.640 m², waarin hij erin slaagde een opmerkelijk aantal installaties te integreren. De pers bracht hem hulde voor het uitrusten van de hoofdstad met een "curieus" gebouw dat zou bijdragen aan het versterken van de aantrekkingskracht van Brussel.
1882
 1882 – Inhuldiging van het museum

1882 – Inhuldiging van het museum

Omdat de Passage du Nord niet zo centraal lag als de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen, zo'n dertig jaar eerder gebouwd, bedachten de initiatiefnemers een gedurfd idee: aan de passage een culturele en recreatieve ruimte toevoegen die een museum en een theater combineerde. Het doel was een nieuw publiek aan te trekken en de nieuwsgierigheid te wekken naar de 32 winkels die in de galerij waren voorzien. Een ingenieuze manier om dit nieuwe winkelgebied tot leven te brengen. Ze presenteerden hun project enthousiast: "Dit museum, zo schitterend gelegen in het hart van Brussel, toegankelijk voor alle beurzen, voor jong en oud, bij mooi en slecht weer, zal ongetwijfeld het trefpunt worden van de Brusselaars, bezoekers en buitenlanders die vaak op zoek zijn naar een echte, behoorlijke en goedkope ontspanning. Het museum zal deze leemte opvullen in de pleziertjes van de bevolking van een hoofdstad." Met een toegangsprijs van één frank en openingstijden van 's ochtends tot 23 uur, had het etablissement alle troeven in handen. Een plek van ontdekking, ontspanning en vermaak, bedoeld om de Passage du Nord ver buiten zijn louter commerciële functie te laten stralen.
1884
1884 – Sluiting van het museum en het theater

1884 – Sluiting van het museum en het theater

De metalen letters die vandaag nog steeds de gevel sieren, zijn het laatste overblijfsel van het Musée du Nord — een discreet maar welsprekend overblijfsel van een tijd waarin de instelling een verbazingwekkend breed scala aan activiteiten aanbood: concertzaal, industriezaal, moderne uitvindingen, artistiek kabinet, curiositeiten, antiquiteiten, schei- en natuurkundige experimenten, lezingen, behendigheidsspelen, en niet te vergeten het beroemde "babytheater" en zijn restaurant. Deze overvloed, even ambitieus als heterogeen, keerde zich echter tegen het museum. Bij gebrek aan een duidelijke richting en soms zelfs aan samenhang, slaagde het museum er niet in zijn publiek te binden. Slechts twee jaar na zijn inhuldiging sloot het zijn deuren. De verlaten ruimtes werden al snel te koop of te huur aangeboden.
1888
1888 (21 mei) - Opening van het Castan Museum

1888 (21 mei) - Opening van het Castan Museum

Op 21 mei 1888 vestigde Richard-Hans-Maurice Castan, "wasbeeldhouwer-modelleur" uit Duitsland, zijn wassenbeeldenmuseum in het voormalige Musée du Nord. Zijn catalogus van 1891 beloofde de bezoekers een galerij met hedendaagse figuren: koningen, prinsen, hoogwaardigheidsbekleders, schrijvers of musici, in totaal een dertigtal. Daarnaast waren er "amusante groepen", taferelen uit het dagelijks leven die soms grappig waren, evenals een collectie dodenmaskers: Dante, Pius IX, Beethoven, Hendrik IV, Napoleon... ook hiervan een dertigtal. Het parcours werd afgesloten met een treffende reeks criminelen, afgietsels genomen na de terechtstelling, waaronder het omstreden hoofd van Robespierre. Bijna 160 stukken vormden zo dit rariteitenkabinet.
1892
1892 - Aankoop van de Passage du Nord door Léon Fontaine van der Straeten

1892 - Aankoop van de Passage du Nord door Léon Fontaine van der Straeten

De culturele ambities van het Museum en Théâtre du Nord slaagden er niet in het publiek te verleiden. De schulden stapelden zich op en de Passage du Nord kwam op de rand van hypotheekstelling. Het was in deze context dat Léon Fontaine ten tonele verscheen. Een discreet maar vastberaden man, hij redde het gebouw van een onzeker lot. De overname van de Passage du Nord paste in zijn parcours dat stevig verankerd was in de economische en sociale dynamieken van die tijd. Dankzij hem doorkruiste de Passage du Nord de decennia. En het verhaal ging verder: vandaag de dag zijn zijn nakomelingen nog steeds de eigenaars en trouwe bewakers ervan.
1893
1893 - Sloop van de Augustijnenkerk

1893 - Sloop van de Augustijnenkerk

De voormalige Augustijnenkerk, gebouwd in de 17de eeuw in de Wolvengracht, werd in 1796 samen met het klooster gesloten. Ze werd in de 19de eeuw een protestantse tempel, alvorens geseculariseerd te worden na de onafhankelijkheid van België. In 1893 werd de kerk afgebroken om het De Brouckèreplein aan te leggen. De overwelvingswerken van de Zenne en de aanleg van de centrale lanen zouden fataal blijken voor dit meesterwerk van Francart. De sloopwerken begonnen in juni 1893 en werden voltooid in september. Leuk weetje: de gevel werd verplaatst naar Elsene, Drievuldigheidsplein, aan het einde van de Baljuwstraat.
1897
1897-1904 - Oprichting van het Nouveau Théâtre

1897-1904 - Oprichting van het Nouveau Théâtre

In 1897 volgde het Nouveau Théâtre het Théâtre Bébé op. Er werden belangrijke verbouwingswerken uitgevoerd en een grote rechthoekige zaal en een wandelgang, goed voor in totaal 638 zitplaatsen, werden ingericht. Het theater werd dan geleid door Jean-Joseph Gaston Mouru de Lacotte, regisseur, theater- en filmproducent. De programmatie richtte zich tot een meer intellectueel publiek. Er werden toneelstukken van grote auteurs opgevoerd: M. Maeterlinck, C. Lemonnier, Ibsen, ... Net als het museum verdween het theater helaas na slechts een kleine kwarteeuw bestaan en een bewogen geschiedenis.
1908
1908 - De laatste jaren van het culturele project

1908 - De laatste jaren van het culturele project

In 1905 probeerde A. Lemonnier het Nouveau Théâtre nieuw leven in te blazen met populaire komedie, maar het initiatief mislukte. Enkele maanden later heropende het theater onder de naam La Comédie Mondaine, met onder andere revues zoals Bruxelles sans façon. Na het overlijden van Lemonnier en een korte voortzetting door zijn weduwe, eindigde het culturele project in april 1908. De theaterzalen en de museumruimtes werden gedeeltelijk afgebroken voor de uitbreiding van het Hôtel Métropole. Deze verdwijning illustreerde het mislukken van het oorspronkelijke culturele project: het idee om van cultuur de ruggengraat van de Passage du Nord te maken, had nooit zijn publiek gevonden. Ondanks bijna een kwarteeuw aan museale en theatrale experimenten, waren enkel de commerciële activiteiten blijven bestaan.
1910
 1910 - Sloop van de koepels

1910 - Sloop van de koepels

Wegens hun slechte staat moesten de koepels die de hoofdgevel aan de kant van de Adolphe Maxlaan bekroonden, worden afgebroken. De snelle bouw van de Passage du Nord, kenmerkend voor de grote bouwwerven uit die tijd, lag waarschijnlijk aan de oorsprong van structurele gebreken die tot hun voortijdige verslechtering hadden geleid. De restauratie, uitgevoerd in 2024, heeft het mogelijk gemaakt deze architecturale elementen getrouw te reconstrueren, met respect voor de oorspronkelijke plannen en technieken, terwijl de structurele gebreken werden rechtgezet om de integriteit en het historische karakter van de gevel te bewaren.
1993
 1993 - Klasseringen

1993 - Klasseringen

Voortaan zijn geklasseerd: de buitengevels, de winkelpuien, de binnengevels, de glazen overkappingen en de bevloering. Deze klassering heeft tot doel de architecturale elementen uit de bouwtijd te bewaren en legt op, in geval van verbouwing, de elementen te herstellen volgens de oorspronkelijke plannen en het lastenboek. Alle werken aan een geklasseerd onderdeel moeten worden goedgekeurd door de Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
2022
2022 - Verzustering met de Passage Balthus

2022 - Verzustering met de Passage Balthus

In 2022 ging de Passage du Nord officieel een verzustering aan met de Passage Balthus, in Autun, Frankrijk. Deze toenadering markeerde de gemeenschappelijke wil om banden te smeden tussen de historische Europese galerijen en passages, om zo een vaak onderschat architecturaal erfgoed te laten schitteren. Samen dragen we bij aan het vormgeven van een waar cultureel parcours van overdekte passages. Over de grenzen heen herinneren deze verzusteringen eraan dat onze galerijen niet enkel doorgangs- of handelsplaatsen zijn, maar ook ruimtes van herinnering, ontmoeting en overdracht.
2024
2024 - De Passage du Nord bekroond met de Prins Alexandre de Mérode Prijs voor Erfgoed 2024

2024 - De Passage du Nord bekroond met de Prins Alexandre de Mérode Prijs voor Erfgoed 2024

De Passage du Nord ontving de prestigieuze Prins Alexandre de Mérode Prijs voor Erfgoed 2024. Deze onderscheiding bekroonde de restauratie van de koepels en de putti van de gevel aan de Adolphe Maxlaan. Deze prijs wordt uitgereikt door de Koninklijke Vereniging der Historische Woonsteden en Kastelen van België, die sinds 1934 ijvert voor het behoud, de verdediging en de promotie van het historisch onroerend particulier erfgoed, alsook van de natuurlijke sites die ze omringen. Een bekroning die we delen met iedereen die aan deze uitzonderlijke restauratie heeft bijgedragen.